Renault

Oer5:
Bouw een auto die groot en klein tegelijk is. Dat was de “onmogelijke”
opdracht, die eind van de jaren 60 werd gegeven aan de constructeurs van Renault.
Een stadsauto, die meteen gezinsauto is. Met volop ruimte voor 4 volwassenen,
een handige deur aan de achterkant en toch maar 3,5 meter lang. Over het resultaat,
dat begin 1972 ten doop werd gehouden, was de directie enthousiast en – nog
belangrijker – het publiek eveneens. de verkoopcijfers spreken daarover duidelijke
taal. Tot en met 1983 werden er bijna 5 miljoen exemplaren van de R5 gebouwd

Het “geesteskindje” van Michel Boue (toen werkzaam bij Renault)
was geboren: De Renault 5

De auto is in 2 dagen getekend en goed bevonden door het management ,
zonder enige aanpassingen


Het eerste type Renault 5 (de zogenaamde oer5) werd op 22 september 1972 in
Nederland geïntroduceerd, januari 1972 reeds in Frankrijk.

De versnellingsbak en de 850 cc motor uit de Renault 6 werd gebruikt voor
de L versie en de TL versie beschikte over een 956 cc motor.

Nadat de nieuwe Renault 5 zijn “gezicht” had laten zien op de Londense
Motorshow van 1972, bekroonde een internationale jury de auto met de titel:
“The best car of the year 1972” in de categorie populaire auto’s
vanwege zijn technische uitvoering, stijl en prestaties. Enkele jaren later,
in 1979, kreeg de R5 nog een eretitel: Het Franse instituut voor Energiebesparing
noemde de R5 de zuinigste Europese auto.

In dat jaar boekte de R5 nog een record: kortste Europese 5-deurs auto (3,52m)

 
Renault 5 TL uit 1973 (eigenaar Bart)

De versnellingspook zat in het dashboard, zoals ook bij de Renault 6 en de Renault
4. De schakelstang liep helemaal over de motor heen naar de versnellingsbak,
die ver voorin onder de radiateur zat. Hierdoor werd door de motor naar achteren
geplaatst, hetgeen problemen gaf met de beenruimte van de bestuurder en passagier.

Vloerschakeling zou echter snel volgen.

Met de Renault 5 was een nieuwe trend gezet in het compacte segment. De auto
was voorwiel aangedreven en had vier onafhankelijk opgehangen wielen. Voor
bestond de ophanging uit driehoekige draagarmen, torsiestaven, telescoopschokdempers en een stabilisatorstang.
Achter bestond de ophanging uit torsiestaven, trekstangen en telescoopschokdempers.
Later volgde ook achter een stabilisatorstang, wegens het toepassen van motoren met een groter vermogen.

Er werd nog een trend neer gezet met de komst van de Renault 5.

De Renault 5 was namelijk de eerste auto waar kunststof schermen en bumpers
op werden toegepast. Hiervoor was het namelijk nog niet mogelijk de met polyesterhars
versterkte glasvezel onderdelen in serieproductie te brengen. In deze tijd
beschikt nagenoeg iedere auto over bumpers en onderdelen van dit materiaal.

Naarmate de tijd verstreek, kwamen er meerdere modellen bij. Er werden nu
ook motoren met een inhoud van 1108 cc, 1289 cc en 1397 cc geleverd. Ook kwam
de vijfdeurs Renault 5 op de markt en konden verschillende modellen met een
automatische transmissie worden geleverd, hetgeen een groot succes bleek.

Renault  5 TL 5 deurs

In 1976 werd de Renault 5 Alpine gelanceerd met een 1397cc 4 cilinder motor en
93 pk, er werd een 5 versnellingsbak gemonteerd en de top snelheid lag op
110mph (ca 176km/u)

In 1979 won de Alpine de group 5 section van de Monte Carlo rally en in 1979
werd de auto in Groot Brittanië geïntroduceerd, echter niet onder de naam
Alpine, maar onder de naam Gordini, omdat Chrysler al een Alpine had in Groot
Brittanië.

In 1978 werd de Renault 5 turbo gelanceerd, Renault was de eerste leverancier
die een Turbo motor in een normale weg auto plaatste, de Renault 5 turbo had
een vermogen van ca. 165pk en wist in 1981 de Monte Carlo Rally op naam te
zetten!

In Dieppe had men de 1397 cc motor voorzien van een Garrett T3 uitlaatgasturbo
en de motor achter de voorstoelen geplaatst. De Renault 5 “dikke” turbo was
geboren! Met 165 pk aan boord leidde dit tot prestaties die ook voor hedendaagse
maatstaven groots te noemen zijn.

De Renault 5 Turbo

Aan het uiterlijk van dit model kan men direct zien dat het hier om een onvervalste
gifkikker ging. Het “TURBO” logo op de achterklep van dit model was dan ook
volstrekt overbodig. Het interieur van dit type was zeer luxe. Het stuur en
complete dashboard was met leer bekleed en op de vloer en zelfs in de kofferruimte
lag dik tapijt.

Interieur Renault 5 Turbo1

Opengewerkte versie Turbo1

Van de eerste fase Renault 5 Turbo werden er 1362 gebouw in Dieppe die allen werden genummerd.

In 1982 werd de tweede fase turbo gelanceerd.

Om de Turbo2 goedkoper te maken, werd het interieur overgenomen van de Renault
Alpine en werd gewoon metaal gebruikt.

In totaal zijn er 3183 Turbo2’s geproduceerd

In 1984 verscheen “Le Monstre” genaamd “Maxi Vijf” / “Renault 5 Maxi
Turbo”.

Renault 5 Maxi Turbo

Deze werd voorzien van een 1527 cc turbomotor met een vermogen van 400 pk! 
Geen wonder dus dat met deze auto vele successen in de rallywereld geboekt konden worden.
Deze auto liet de gevreesde Porsche’s en de vierwiel aangedreven Audi’s gewoon achter zich.

Na 12 jaar begon de eerste generatie Renault 5 tekenen van ouderdom te vertonen
en moest deze worden vervangen door een geheel nieuwe Renault 5, de  Super5

Modellen van de eerste type 5 c.q.
oer5 zijn o.a.:

Standaard

Parisienne

LeCar

Automatic

Alpine

Turbo

Monte Carlo

Lindeman Cabrio

L – TL – GTL – LS – TS – TX

L – TL

L – TL – GTL – Turbo

basis van GTL – op basis van TX

Alpine- Alpine Turbo – Coupe

Turbo – Turbo2

op basis van de TS

standaard versies door Lindeman (NL) omgebouwd tot cabrio

Lindeman is een echt Nederlands merk:

Renault 5 cabrio is dus Lindeman Cabrio




L




TL




GTL




Parisienne




LeCar L, TL, GTL, Turbo

Lindeman




LS / TS




TX




Automatic




Alpine




Alpine Coupe




Alpine Turbo



Renault 5 Turbo




 Top


Super5:

Op de Parijse Autosalon van oktober 1984 werd een totaal nieuwe Renault 5 gelanceerd.
Deze werd de “supercinq” (supervijf) genoemd.

Hoewel de auto nog enige gelijkenis vertoont met het vorige model, betreft het hier
toch een totaal nieuwe auto. Het model kreeg een totaal nieuwe carrosserie
en beschikt over nieuwe techniek. Zo zijn de torsieassen voor vervangen door
McPherson veerpoten voorzien van schroefveren. Het huis van de versnellingbak
werd niet langer van gietijzer gemaakt, maar werd nu uit aluminium vervaardigd.
De motor werd niet langer in de lengte geplaatst, maar lag nu over dwars,
met de versnellingsbak eronder. Dit leverde een zee van beenruimte op en de
bereikbaarheid van de motor en bak nam ook toe. Door het toepassen van weinig
ingewikkelde techniek, werd de Renault 5 zeer onderhoudsvriendelijk.

De Supercinq was leverbaar in drie- en vijfdeurs. Er was een breed scala aan
motoren leverbaar van 956 cc tot 1721 cc. Deze laatste werd geplaatst in de
GTX/GTE. Deze motor is bekend van de Renault 9, 11, 19 en 21, maar ook van
de Volvo 340, 360, 440, 460 en 480 hetgeen niet algemeen bekend is. Door zijn
grote koppel wordt deze ook wel “de snelwegmotor” genoemd.

In het voorjaar van 1985 werd de GT turbo uitgebracht. Deze was voorzien van
een 1397 cc motor met een vermogen van 115 pk. Met een gewicht van 829 kg
betekent dit dat het om een echte snelle rakker gaat. Hij onderscheidt zich
van de andere Supercinq’s door de kuipstoelen, de verbrede wielkasten, zijskirts
en andere bumpers.

De fase I GT turbo is te onderscheiden van de fase II aan de sierluchtinlaten
bij de achterwielen, de grill met het logo in het midden, de iets andere bumpers
en skirts en de andere bekleding van het interieur.

In juni 1987 werd de fase II turbo gebouwd. Zoals hierboven beschreven waren
er lichte wijzigingen aangebracht. Door het toepassen van licht gewijzigde
techniek nam het vermogen met 5 pk toe naar 120 pk. De prestaties bleven hierdoor
echter nagenoeg gelijk.

Een speciale Coupe (nee niet coupé)
is gelanceerd voor het circuit, echter is deze ook voor op de weg gemaakt,
men kon kiezen bij de aankoop of er een rolkooi of dat er een achterbank in
werd gezet

De Coupe is vele malen stugger dan een “gewone” GT turbo en heeft
een speciaal interieur mee gekregen, d.w.z. een fase I interieur met enkele
aanpassingen zoals een bies rondom de stoelen.


GT turbo Fase II

Begin 1990 kwam het laatste model van de Renault 5 GT turbo op de markt. Het was
de speciale “Bleu Sport” editie, die alleen in de kleur bleu sport geleverd
werd. Ook de velgen van dit model waren in carrosseriekleur gespoten. Met
dit model nam Renault afscheid van de Renault 5 GT turbo, die plaats moest
maken voor de Clio 16-klepper en de Clio Williams.


Bleu Sport

De Renault 5 moest langzaamaan vrij baan geven aan de in 1991 uitgekomen Clio.
De twee modellen werden na 1991 nog enige tijd naast elkaar geproduceerd,
waarna in 1993 de Renault 5 helaas definitief plaats moest maken voor de Clio,
echter is de Renault 5 in Frankrijk tot 1996 nog geproduceerd en het afscheidsmodel
was de “Bye Bye”

Modellen van de Super5 zijn o.a:

 

5 basis model

C – TC

L – SL – TL – GL – GTL 1.1 – GTL 1.4

CAMPUS 1.1 – CAMPUS 1.4

SR –
TR – GTR

TS – GTS – TSE – GTX – TXE

Automatic

Baccara (andere benamingen zijn: Exclusiv / Monaco)

GTE

GTT

Diesels:

SD – TD – GTD

Actiemodellen / stickerversies:

SL

TL

Campus:

TR:

TS:

GTR:

GTS:

Automatic:

GTX:

GTE:

GTT:

TD:

GTD:

Enkele specials:

EBS (cabrio):

Belle Ille:

Heuliez Supervan:

Ecole:

Tonic

Podium, Flash, Festival

Bye-Bye, Five, Parisienne, Super Campus, NRJ, Jubilee

Cosmopolitan (Prima, Saga),
Beach, Coup de Coeur, Roxane, Tiga

New Man

Cosmopolitan (Prima, Saga)

Cosmopolitan (Prima, Saga),
Fashion, Flash, Schuss

Cosmopolitan (Prima, Saga), Fashion

Cosmopolitan (Prima, Saga)

Bleu Sport (Alain Oreille), Coupe

Bleu Sport (Alain Oreille), Coupe

Cosmopolitan, Tiga

Cosmopolitan, Fashion, Prima, Saga, Schuss

Kunnen alle mogelijke uitvoeringen zijn

Campus 1.1

TSE

GTS of GTD

TL




GTL


Festival

 




TR




SuperCampus




Campus Five




Automatic




TC




SL (Tonic)




GTE

 





GTT


GTT
Blue Sport




GTT
coupe




Baccara


EBS Baccara